3-Inspirerend engagement

Er zijn ondertussen weer enkele weken verstreken en ik heb de kans gehad om opnieuw gesprekken te voeren met mensen die op één of andere wijze bij het Askoy-project betrokken zijn. Tot die gesprekken behoort de ontmoeting met Luc De Ryck, op het ogenblik van het Askoy-project reeds achttien jaar burgemeester van Temse. Trots burgemeester. Het gesprek leerde me een man kennen die, meer dan een politieke vertegenwoordiging, persoonlijk Temse voorgaat. Politieke opponenten zouden in hem een lokale zonnekoning kunnen zien, zo leert me de plaatselijke pers, ik hou het liever op een man die echt leeft voor zijn gemeente. Althans, dat is wat mijn impressie is na dit gesprek.

De burgemeester van Temse is betrokken bij het Askoy-project omdat de werf, de Nieuwe Scheldewerven, waar het schip van Brel wordt gerenoveerd, voor een deel op het grondgebied van Temse ligt. En dergelijk prestigieus en vooral mediageniek project kan een toegewijd burgervader niet naast zich neerleggen. Nochtans zijn er meer motieven dan louter marketing die hier een rol spelen. Zo is burgemeester De Ryck fan van Brel. Hij citeert tijdens het gesprek vlot liedjesteksten. Het is een kenmerk van meerdere Askoy-supporters. De Ryck leert Brel kennen als deze laatste eigenlijk al over zijn hoogtepunt heen is, begin jaren zeventig. Tot dan was De Ryck vooral kenner van Engelse pop. Een ingenieuze melodie, een sterke poëtische tekst en de mogelijkheid om deze op een onnavolgbare wijze gepassioneerd te vertolken. Dat is de synthese van het genie van Brel, aldus de burgemeester.

Behalve Brel is ook de nieuwe eigenaar van de Nieuwe Scheldewerven een reden waarom De Ryck zijn gemeente graag steun laat geven aan dit project. De nieuwe eigenaar is Peter Janssens, Temsenaar in hart en nieren, een self-made man. Ook dhr. Janssens mocht ik ontmoeten. En ik mag Peter zeggen. Maar dat mag iedereen. Want Peter is niet alleen self-made, maar ook volks, toegankelijk en joviaal. Begonnen als lasser bij de Scheldewerven, langs de voetsporen van zijn vader die er ook werkte, is Peter opgeklommen en via wat omwegen uiteindelijk eigenaar en directeur geworden van het bedrijf dat hem jaren heeft tewerkgesteld als arbeider. The American Dream in Temse. De Ryck heeft veel respect voor mensen zoals Peter Janssens en voor Peter Janssens tout-court.

Ik luister naar De Ryck en naar Janssens en ook hier tref ik in beide gevallen vooral gedrevenheid. Gedrevenheid in wat ze dagdagelijks doen. Daarnaast tref ik ook kunst aan als rode draad. De Ryck is fan van onze Belgische negende kunst, het stripverhaal. Hij kent dan ook de meeste Belgische striptekenaars persoonlijk wat tot gevolg heeft gehad dat Temse wel vaker als decor heeft gediend in enkele albums zoals “Bij verdiensten” van Kiekeboe, Tazuur en Tazijn van Suske en Wiske. En met Jef Nys had hij een bijzondere band, wat maakte dat hij de auteur is van de biografie van de tekenaar van Jommeke. Peter Janssens maakt op achttienjarige leeftijd, als beginnend lasser, en metalen kunstwerk dat wordt ingemetseld in de muur van de Scheldewerven. Een profetie van wat nog komen moest. Janssens rijdt vandaag als directeur elke dag langs zijn kunstwerk dat zoveel jaren geleden daar werd geplaatst.

Het is natuurlijk niet verwonderlijk dat je dergelijke mensen aantreft in de omgeving van een project zoals dat van de Askoy. Zoals De Ryck zelf zegt, je moet al goed zot zijn om een stuk verroest staal van de andere kant van de wereld te gaan halen en je moet bijna even gek zijn om dergelijk project dan nog eens te gaan steunen ook. De Ryck maakt een scherpe opmerking als hij stelt dat dit project een perfecte illustratie is van de kwaliteit van Brel. Voor wie zou iemand vandaag de dag twintig ton verroest staal gaan opgraven in Nieuw Zeeland? Brel heeft op sommigen, waaronder dus de Wittevrongels en velen die in het Askoy-avontuur zijn gestapt, zo’n inspirerende impact dat meer dan 30 jaar na zijn dood, mensen zich door hem laten voortstuwen. Wie is zoiets gegeven dat hij zo’n impact kan hebben?

Brel is een exponent van de drijfveer die, naar mijn gevoel, de meesten wel hebben bij het uitvoeren van hun dagelijkse job. Meer dan door een financiële incentive, worden mensen gestimuleerd door andere mensen, soms en vaak hun chef, die hen doet geloven in de zaak, geloven in de waarde van hun bijdrage, geloven in het feit dat je je honderd procent, en liefst nog wat meer, wilt geven voor je job. Het is een gevoel dat elke lezer wellicht wel al eens gehad heeft. Dan weet je trouwens ook dat dergelijk gevoel niet onbehaaglijk is. Wie zich meer dan betrokken voelt, geïnspireerd is, wil gewoon dat alles goed gaat, dat het werk perfect is uitgevoerd, dat de klant helemaal tevreden is. Inspiratie komt niet als gevolg van het feit dat je veel betaald wordt. Geïnspireerd worden is het gevolg van de energie die iemand uitstraalt als hij of zij zo onvoorwaardelijk in iets gelooft.

En hoewel De Ryck en Janssens via Staf en Piet Wittevrongel door Brel zijn geïnspireerd, zelf zijn ze ook een typevoorbeeld van inspiratie. Toen ik hoorde dat een lokaal ondernemer wou meewerken aan de restauratie van de Askoy, toen dacht ik aan een bedrijfsleider die enerzijds uit interesse anderzijds uit een vorm van opportunisme zijn bedrijfsmiddelen ter beschikking wou stellen. Toen ik Peter Janssens zag en hoorde, was ik met verstomming geslagen. Hoewel het wrak van de Askoy in de werkplaats van zijn onderneming staat, is het niet zomaar die onderneming die instaat voor al dat renovatiewerk. Het is Peter Janssens zelf, die op het einde van de werkdag zijn maatpak en das ruilt voor zijn oude overall en lasbril om geheel eigenhandig de nodige herstellingswerken uit te voeren. Als het Askoy-project vandaag beschrijft dat men het schip wil renoveren, is het één persoon, Peter Janssens die de handelingen effectief uitvoert. Dat is een ander engagement dan als bedrijfsleider een blik werpen op je boordtabellen en beslissen dat je personeel dat bootje er nog wel ergens tussen kan nemen. Uiteraard hangt daar iets aan vast, minstens de zichtbaarheid van het bedrijf, maar wat er ook van zij, de betrokkenheid is persoonlijk. De inspanning is dat zelfs des te meer.

Gedemonstreerd engagement is wat ik leerde uit deze ontmoetingen met deze bijzondere mensen. Dat inspireert. Als je zelf persoonlijk betrokken bent. Ik zei al dat ik bij dit Askoy-verhaal verzeild ben geraakt omwille van mijn grootvader die scheepstimmerman was. Ook al was zijn leven minder theatraal en zichtbaar, hij heeft mij toch in beweging gezet zoals Brel dat doet met al die mensen die zich inlaten met het Askoy-project. En zijn engagement was ook gedemonstreerd. Als ik lees hoe hij als uit één stuk zijn vak uitvoerde, authentiek, recht door zee, dan is dat het element dat mij wellicht raakt, meer nog dan zijn vakkundigheid. Hetzelfde geldt voor Toon Hermans, die andere held van me. Ik heb hem op alle DVD’s aan het werk gezien, ook authentiek, de daad bij zijn woord voegend. Hermans had ook een droom. Om op een podium te staan en mensen te vermaken. Hermans, Brel, Staf en Piet Wittevrongel, zijn mensen die een droom hebben en daar voluit voor gaan. Dat inspireert. Het doet mij denken aan toneel spelen. Theater maken behoort tot één van mijn hobby’s en ik heb het genoeg ervaren, als acteur en als regisseur, dat als een acteur zijn tekst niet gelooft, hij het publiek niet kan raken. De tekst van buiten kennen, en de juiste toon aanslaan, is onvoldoende. Geloven dat je op dat moment het personage bent dat je rol is, geeft het publiek kippenvel.

En toch gebeurt het vaak dat we helemaal niet in onze rol zitten. We voeren onze job uit, zoals we een tekst uit het hoofd hebben geleerd. Dat is helemaal niet erg als het ééns over een slechte dag gaat, elk acteur heeft wel eens een voorstelling waar het niet wil lukken. Maar het is een niet te verwaarlozen aandachtspunt als we structureel er maar wat bijlopen in plaats van gefocust met ons verhaal bezig te zijn.

Het is mijn ambitie dat we met het project van Staf en Piet, met het gedachtegoed van Brel en met al de energie die alle betrokkenen in dit project uitstralen, de bedrijfswereld overtuigen van de waarde van menselijk engagement. De bedrijfswereld is vandaag niet overtuigd. De huidige geldende overtuiging is dat een bedrijfseconomische activiteit bovenal en kost wat kost financieel moet renderen. En dan nog in de allereerste plaats voor diegenen die de aandelen en de leiding in handen hebben. Een zeer beperkte groep van geprivilegieerden dus. De logica waarom dit een juiste insteek zou zijn, is ondertussen zoek, voor zover die er ooit echt geweest is. Ik hoop dat als mensen met de Askoy uit zeilen gaan als deel van een bedrijfsincentive, dat men dan zal overtuigd geraken van het belang om die menselijke betrokkenheid op de allereerste plaats te zetten in onze bedrijfsvoering. Pas als er betrokkenheid is, kan de vaardigheid aangewend worden om het product te maken of de dienst te leveren. En dan pas zal een klant ervaren wat het is om niet alleen overeenkomstig de afspraak bediend te worden, maar verrast te worden door de bereidwilligheid, de hulpvaardigheid, het professionalisme, de kwaliteit van wat hem geboden wordt.

Staf, Piet, Peter, Luc inspireren mij alvast om deze queeste vol te houden, want de tegenwind is niet gering. Ik mocht al enkele keren horen dat we windmolens aan het bevechten waren. Op het ogenblik van dit schrijven zendt de VRT een reportage uit over de vele zelfmoorden bij France Télécom als gevolg van een bewust gekozen managementstijl om het bedrijf door een veranderingsproces te leiden. Managers ontvangen bonussen als ze targets halen om medewerkers zonder ontslagvergoedingen het bedrijf uit te krijgen. Men wil immers goedkoop saneren. Gebruikte technieken hiervoor zijn expliciete pesterijen, en intimidaties. Medewerkers wordt de toegang tot hun eigen kantoor ontzegt waardoor ze in lege lokalen de dag moeten doorbrengen zonder infrastructuur totdat ze kraken. Hoe lang zou je het volhouden als je elke dag naar een leeg kantoorgebouw moet gaan, daarbij wetende dat, als je het gebouw zou verlaten tijdens de kantooruren, men je onwettige afwezigheid zou kunnen aanwrijven. En dit zijn dan nog de minst agressieve methodes. Als ik dergelijk verhaal hoor en lees, borrelt bij mij ook die woede op die Brel op het podium verspreidde als hij over zijn bekrompen bourgeois zong. Alleen is men anno 2010 veel geraffineerder geworden en is onze vrije marktfilosofie met zijn professioneel bedrijfsmanagement ontaard in een plek waar letterlijk doden vallen. De manager als een psychopathisch moordenaar is hier geen metafoor maar een realiteit. Let wel, het voorbeeld van France Télécom legt de klemtoon van het probleem expliciet bij het management wat in dit geval heel zeker zo is, maar even zeer zijn er talrijke voorbeelden waarin de andere hoofdrolspelers van het bedrijfsleven zoals de vakbonden en andere belangengroepen boter op het hoofd hebben. En omgekeerd kan ik ook getuigen van talrijke bedrijfsverantwoordelijken die er wel in slagen om betrokkenheid in hun organisatie te koesteren. Maar ze zijn de minderheid.

Maar dan is er dit verhaal van Brel, de Wittevrongels en de Askoy en we maken toch onze volgende afspraak of bereiden onze volgende tekst voor. En dan is het een verademing, ook al is ze klein, om een lezer of gesprekspartner te horen die zijn bewondering uitspreekt ook al ziet hij ons als Don Quichotte.

Onze volgende stap is nu het zoeken naar een hefboom. Na de gerapporteerde, toch anekdotische gesprekken, is er nu nood aan een hefboom om die inspiratie van deze gesprekken over te brengen op het grote publiek en liefst met behoud van hun kracht. Daarom hebben we nu een seminarie over dit project samengesteld dat we aan ondernemingen aanbieden. Niet alleen rapporteer ik over mijn belevenissen in dit project, ook Staf en Piet komen uit eerste hand vertellen wat hen in godsnaam bezielt om dit te doen.