5-Kraanman

De kraanman is belangrijker dan de kraan. Probeer je deze opmerking in te beelden als je oog in oog staat met een DEMAG AC700. Dat is een kraanwagen van twintig meter lang (dat zijn vier monovolume-auto’s achter elkaar) die vier meter hoog is (dat zijn twee monovolumes op elkaar). De kraan weegt op zich 108 ton. Het monster reikt tot 60m hoog zonder hulpstukken en met bijkomende arm tot 150m hoog, een halve Eifeltoren zeg maar. Maar dan rondrijdend op 18 wielen. Johan Michielsens heeft zo’n kraan en het is Johan Michielsens die dan zegt dat zijn kraanman belangrijker is dan die kraan. Ik kan mij voorstellen dat de investering in dergelijke machine meer dan het jaarloon betreft van de kraanman waarvan sprake en aldus zal dergelijke investeringsbeslissing wellicht bijzonder goed gewikt en gewogen worden. Daarenboven wordt dergelijke bovenmaatse katrol toch gemaakt omdat er echt nood is om heel zware voorwerpen op te tillen. Honderden kraanmannen kunnen met mankracht de lasten die de AC700 kan heffen, zonder kraan niet verzetten. Maar toch is de kraanman belangrijker aldus de zaakvoerder van kraanverhuur Michielsens.

In zijn zeer stemmige, bijna Harry Potteriaanse bibliotheek thuis, staat er tussen zijn boeken een klein modelkraantje. “Gekregen van mijn medewerkers”, zegt hij glunderend als ik hem erover aanspreek. Ik heb veel van die speelgoedkraantjes, gekregen of gevonden, maar enkel deze staat hier. Omdat zijn medewerkers hem deze geschonken hebben nadat diezelfde medewerkers eerst nog de moeite genomen hebben om het tuigje helemaal in het oranje, de bedrijfskleur, te schilderen. Met belettering “Michielsens”. Het symboliseert de band tussen de zaakvoerder en zijn mensen. Het illustreert hoe Johan Michielsens denkt over werknemers: belangrijker dan de kraan.

Nu weten we allemaal dat de violist belangrijker is dan de viool waarop hij speelt, maar als je dergelijke uitspraak hoort maken in de bedrijfswereld, dan is ze toch eerder uitzonderlijk, zeker als je merkt dat de opmerking geen pose is. “Ons menselijk kapitaal” is doorgaans een slogan die vooral zijn zwakte verraad als er een herstructurering aankomt.  Bijzonder is de opmerking van Michielsens ook omdat het niet gaat om een ambacht gebaseerd op een soort uitzonderlijk talent zoals bij een topviolist. Nu ga ik niet beweren dat je geen talent kunt hebben voor het vak van kraanbestuurder of dat je aangeboren ruimtelijk inzicht je niet kan helpen. Er zijn maar enkele topviolisten, topkunstschilders maar er zijn veel meer bakkers, boekhouders en kraanmannen. Doorgaans zou je dus verwachten dat, als er veel van zijn, dat hun belang nog wel zou meevallen. Maar toch beseft Johan Michielsens dat elke kraanman uniek is en dat je ook in dit vak heel veel meerwaarde ontwikkelt als je je machine echt leert aanvoelen, als je honderden uren ervaring hebt met het tillen van de meest speciale lasten op de meest onmogelijke plaatsen in de meest bijzondere omstandigheden. In elk vak waar de mens letterlijk zijn hand in heeft, is zijn belang groter dan deze van het instrument dat hij bedient.

Het is opnieuw niet verwonderlijk dat de ondernemer die dergelijke houding aanneemt ten aanzien van zijn medewerkers, zich engageert om het wrak van de Askoy over de Vlaamse wegen te transporteren. Want dat is de reden waarom ik met Johan Michielsens op een zachte zomeravond een fles wijn mag delen, met uitzicht op de weides rond zijn woning. Een betrokken houding, ten aanzien van zijn vak en zijn mensen, een betrokken houding tout-court. Het is deze betrokkenheid die maakt dat Johan een herkenningspunt vindt in het team dat de Askoy wil renoveren. Staf, Piet, Gerald, Peter en met hen vele anderen, zijn betrokken. En Johan Michielsens vindt overeenstemming. Ook een beetje zichtbaarheid is uiteraard meegenomen. Het is mediageniek als jouw kraan de boot van Brel mag optillen en transporteren. Maar het is niettemin een geloof in het iconische belang van dergelijke onderneming die maakt dat er plots 18 oranje wielen over de weg rollen met daarop een verroest stuk schip.

Johan Michielsens houdt ook van renoveren, een ander punt van gelijkenis met Piet Wittevrongel. Piet wil de ziel van oude wagens bewaren – hij koopt oldtimers om te restaureren – en ook van de Askoy. Johan woont in een oude boerderij die hij al twintig jaar aan het verbouwen is, steeds verder afwerkend, met authentieke materialen. Materialen, zoals een gietijzeren geëmailleerde badkuip, die hij desnoods zelf in Engeland gaat bekijken en afhalen. Ook een badkuip heeft een ziel. Ik leer uit de ontmoeting met Johan dat betrokkenheid iets te maken heeft met diepte. Wie gepassioneerd is, graaft in de diepte, wilt het fijne van de zaak weten, wil een grondige renovatie uitvoeren, wil ook in de details juist zijn. Alles moet goed zitten, de kleur, de materialen, de vorm, de samenstelling. Of je nu de Mona Lisa schildert, of lasten heft van honderd ton, details maken het verschil.  Wat zou je vinden als Michielsens op jouw bouwwerf met zijn kraan rondrijdt en er de riolering onopzettelijk stuk rijdt in zijn poging om zijn machine te positioneren? Hoe anders is het als de kraanman vooruitziend de ondergrond bestudeert, kijkt of de last niet kan beschadigd worden tengevolge het tillen of denkt aan de veiligheid van de arbeider die straks de last in de hoogte moet begeleiden. Aandacht voor de details, focus op het vak. Het zijn eigenschappen die toch haaks staan op mening modern managementinzicht waarin snelheid en efficiëntie primeren. We herstellen allang geen televisies meer maar gooien ze weg en vervangen ze. We moeten meer allrounders zijn en minder expert. Diepgaande vakkennis wordt steeds minder gewaardeerd. Managers maken carrière als ze vooral veel roteren en van de ene interne job naar de andere overspringen. Ze leren immers zo het hele bedrijf kennen. En uiteraard is dat belangrijk. Maar het ontwikkelen van een holistisch inzicht gaat vaak ten koste van de echte vakkennis. Het is niet veel mensen gegeven om tegelijkertijd specialist te zijn en toch van vele markten thuis. De kunstwereld kent zijn Leonardo Da Vinci. Hij was actief in de schilderkunst, de beeldhouwkunst, de architectuur, de militaire wetenschappen, de geneeskunde, de natuurkunde, de chemie, de wiskunde. Maar hoeveel Leo’s zijn er? Mogen we ervan uitgaan dat je beter van alles een beetje weet in plaats van eelt op je handen te krijgen omdat je een bepaald vakgebied zo goed kent? Een modern bedrijf kiest te vaak voor het eerste. Denk aan de helpdeskmedewerker van menig groot bedrijf die zijn klanten te woord moet staan als er een toestel, vaak een computer, een telefoon of een netwerkaansluiting, het niet meer doet. De meeste van die medewerkers hebben geen kennis van hetgene waarvoor ze moeten hulp verlenen. Aan het begin van mijn carrière, in 1993, kreeg ik op de eerste werkdag bij mijn nieuwe werkgever, mijn business kaartjes. Daar stond op: Jens Pas, consultant. Terwijl ik de week ervoor, bij mijn sollicitatiegesprek, had verteld dat ik het vak waarvoor ik solliciteerde niet kende en eigenlijk ook niet goed begreep wat het inhield: software testen. Wat voor vak was dat? De hele dag iets testen, een softwarepakket. En vooral een softwarepakket waarvan je eigenlijk niet wist hoe het moest werken. Stel je voor dat je voor het eerst voor een boekhoudpakket wordt geplaatst en je zelf geen kaas hebt gegeten van boekhouden. Je kent niets van het vocabularium, je weet niets van boekhouden af. En jij moet dat pakket controleren. Kijken of er fouten in zitten. Je hebt het pakket ook niet gemaakt. Dat hebben anderen dan weer gedaan. Ik begreep echt niet hoe ik dit moest doen. En toch was ik vanaf dag één een consultant, iemand waarvoor andere mensen geld betaalden omdat ze ervan uitgingen dat die persoon hen zou leren hoe je het moest doen of hen zou bijstaan. Veel geld trouwens. Mijn dagtarief in 1993 was 60.000 oude Belgische franken, oftewel 1.500 EUR. Dat is naar de normen van 2010 zelfs heel veel geld, zeker als het gaat om een onervaren jonge snaak van 24 jaar. De prijzen van de computers lagen in die tijd ook nog veel hoger dan vandaag. Informatica was toen al een zeer dure aangelegenheid. Was het omdat mijn verkoopsdirecteur toen al inzag dat de mens achter de consultant veel meer waard was dan zijn vakkennis? Neen, zo bijzonder was ik ook weer niet. Het was een vooral mercantiele houding van de leveranciers van de sector die gebruik maakten van de zeer beperkte kennis die hun klanten hadden van informatica. Je kon ze als het ware alles wijsmaken.

Consultant zijn in 1993 zonder ervaring was toen al een illustratie van een te grote oppervlakkigheid die heerst in de ondernemingswereld, in het bijzonder in de grote ondernemingen, de multinationals. De vele lagen in de organisatie en de gigantische schaal waarop men opereert maken dat men steeds minder beseft hoe belangrijk de mensen zijn. Grootbanken malen niet om het persoonlijk contact dat  een bankdirecteur in een klein dorpje ontwikkelt met zijn cliënteel. Natuurlijk is het niet winstgevend om die oudere dame te aanhoren als ze bij het binnenbrengen van haar overschrijvingen – heeft ze nu in godsnaam nog geen computer – ook nog eens vertelt hoe het haar kleinkinderen vergaat. Ook de postbode krijgt de tijd niet meer om te luisteren naar die vereenzaamde gepensioneerde die de brievenbesteller als enige bezoeker zag passeren. Georoute houdt geen rekening met een praatje.

We vinden efficiëntie belangrijker vinden dan vakbekwaamheid. Willen we met onze ondernemingen morgen ook de betrokkenheid in de hand werken, dan zal het zaak zijn om deze betrokkenheid in elke vezel van de organisatie uit te stralen. Hoe combineer je aandacht voor details met het kwartaalresultaat in het achterhoofd? Hoe hou je het vol om, als je elke dag je aandelennotering bekijkt, toch met voldoende concentratie aan het werk te blijven? Kan je geconcentreerd werken als je via RSS, via een tickertape op je computerscherm of via sms op je gsm, om de haverklap de financiële toestand van je bedrijf, je aandelen, je bonus, te zien krijgt? Kan een bedrijf dat boven alles, en vooral buitenproportioneel, aandacht heeft voor de aandeelhouder, betrokken zijn bij het werk dat het doet of is dit een contradictie? Is met andere woorden, de beurs, een gevaar voor het ondernemingsklimaat? Het zijn vragen die in me opkomen als ik al die grote kranen de revue zie passeren in het bedrijf van Johan.